Liesbeth2019-06-20T11:39:32+00:00

Liesbeth

Vechten om ‘normaal’ te zijn

Mijn hele leven heb ik gevochten. Tegen mijn thuissituatie, tegen dyslexie, tegen pesten en tegen ‘anders zijn’.

Mijn ouders deden zoals alle ouders hun best, maar hadden zelf veel problemen uit hun eigen jeugd meegenomen. Daarom ging het huwelijk zeer moeizaam en was er weinig echte tijd voor de kinderen. Als oudste kreeg ik veel verantwoordelijkheid en werd ik al jong ingezet voor diverse taken. Zoals zorgen voor mijn zusje, boodschappen doen en naar de problemen van mijn moeder luisteren. Toch ging het tot mijn tiende prima. Ik lag op de basisschool goed in de klas, thuis was er een soort evenwicht, ik kon goed met mijn broertje en zusje opschieten en had genoeg vriendinnetjes.

Maar op mijn tiende ging het mis. Het huwelijk van mijn ouders raakte in een crisis, ik moest naar een andere school waar ik vrij snel werd gepest en de aanspraak die thuis op ons als kinderen werd gemaakt, werd groter. Mijn moeder ging meer werken en wij werden ‘sleutelkinderen’. Aan de ene kant geweldig: lekker televisie kijken uit school en koekjes eten. Aan de andere kant onveilig.

Op het VWO werd het niet beter. Ik werd nog harder gepest dan voorheen. Het huwelijk van mijn ouders had up en downs en ik had geen enkele vriendin. Was het allemaal kommer en kwel? Er is altijd wel ergens licht. Ik maakte mijn eigen kleding op de naaimachine. We kregen op mijn twaalfde een piano en daar ging ik helemaal op los. Ik reed paard en moest naar hockey. De exacte vakken deed ik met twee vingers in de neus, maar mijn talen haalde echt met hangen en wurgen. Later bleek dat ik dyslexie had.

Na mijn zestiende ging het beter. Ik kwam in een klas met instromers vanuit de HAVO en het pesten was over. Ik kreeg een bijbaan achter de kassa van de C1000 en mijn collega’s die een paar jaar ouder waren, werden mijn vriendinnen. Ik slaagde voor het VWO. Op mijn achttiende ging ik op kamers. Vrijheid.

Ik haalde mijn de eerste jaren van mijn studie Psychologie door een paar dagen van te voren samenvattingen door te lezen, maar stopte na mijn 2e doctoraal. Ik wilde iets praktischer en ging PABO doen. Deze vierjarige studie haalde ik in anderhalf jaar. Ik ging voor de klas staan, wisselde elke twee jaar van school en ging op mijn 27e op reis met mijn vriend (en huidige man). Na de reis verhuisden we naar Utrecht waar ik een Jenaplanschool opstartte. Ook het studeren pakte ik weer op: een studie Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht.

Eindelijk gelukkig

Toch knaagde er iets. Ik was gelukkig getrouwd, had een leuke koopwoning in Utrecht en een baan. Wel elk jaar een andere baan, omdat ik altijd moe thuis kwam. Steeds begon ik vol enthousiasme, maar dan sloeg de verveling begon toe en dacht ik dat het ergens anders beter was.

Tot juni 2016. Voor (weer) een nieuwe baan moest ik een assessment doen. Ik reisde met tegenzin naar het bureau dat het assessment afnam en deed de test in een kamertje. Ik weet nog dat ik dacht dat ze mij de verkeerde test hadden gegeven. In de begeleidende tekst stond dat je niet alle items af kon krijgen, maar ik had nog tijd over. Na de test kreeg ik een gesprek. De expert die de test afnam begon over mijn onrustige cv. Hij had een verklaring: ik behoorde tot de 10% best scorende testkandidaten. Ik haalde mijn schouders op en vertelde hem dat ik de universiteit had gedaan en dat dit wel kon kloppen. Bleken ze alleen assessments te doen bij kandidaten dat begon met een niveau van HBO+.

De expert vroeg of ik me vaak eenzaam voelde, of ik het gevoel had dat anderen mij  niet konden volgen. Dat ik vaak dacht dat het anders of beter kon. En of ik me vaak verveelde. Het klopte, waarop ik vroeg of niet iedereen zich zo voelt. Het antwoord: “nee.” Ik barstte in tranen uit en heb de rest van het gesprek gehuild. Na het assessment ben ik gaan lopen over het bedrijventerrein waar het bureau was gevestigd.

Ik kreeg de baan, al raadde de expert het zowel mij als mijn nieuwe werkgever af: te laag niveau. Maar ik kwam daar in aanraking met fulltime hoogbegaafden-onderwijs en werd daar al snel bij betrokken als intern begeleider en orthopedagoog. Het duurde nog ruim een half jaar voordat ik alles had verwerkt en ik in staat was om mijn zoon te laten testen. Hij lijkt wat intelligentie-opbouw heel erg op mij en liep vast in het basisonderwijs. Ook hij bleek hoogbegaafd.

Na anderhalf jaar ben ik gestopt bij mijn werkgever. Vooral omdat ik erachter kwam dat ik de meeste kans heb op werkgeluk als ik voor mezelf werk. Dan zijn de beperkingen de markt en niet een leidinggevende of organisatie. Ik ontdekte ook dat ik wil helpen om hoogebegaafden de juiste plek te geven binnen onze maatschappij. Mijn missie: “In 2025 passend onderwijs voor alle hoogbegaafde kinderen”

Vragen?