Hoogbegaafdenonderwijs is top-down onderwijs, maar wat houdt dat in….?

Om dit helder te maken, is het belangrijk dat je weet hoe de lesstof op scholen er nu uitziet. In Nederland doet de SLO (Stichting leeronderzoek) onderzoek naar hoe en wat kinderen moeten leren. Zo stellen leerlijnen en leerdoelen op, per vak per jaar. Leerlijnen bestaan uit opgeknipte stukjes leerdoel. Bijvoorbeeld: een leerling moet in drie jaar het hele metriek stelsel leren. Dan leert het in groep 3 centimeters en meters, in groep 4 komen daar millimeters en decimeters bij, en in groep 5 de hectometers en kilometers. In dit geheel willekeurige, zelfverzonnen voorbeeld zie je duidelijk hoe de lesstof wordt opgeknipt en dat er stapje voor stapje naar een kennisniveau wordt toegewerkt. Deze manier van werken heet bottom-up.

Voor hoogbegaafde kinderen is dit niet uitdagend. Zij hebben zichzelf al een deel van de lesstof eigen gemaakt. Bijvoorbeeld: je bent drie jaar en er komt iemand thuis de vloer opmeten. Je pakt de rolmaat en kijkt naar de streepjes en hebt daar misschien vragen over. Hoogbegaafden zijn al op jonge leeftijd in staat om goed op te letten en hiervan te leren.

Vervolgens komt dit kind in groep 3 en wordt er begonnen over de centimeters. De hoogbegaafde heeft dit begrip al opgeslagen in een grotere context en haakt of af, of begrijpt echt niet wat er met deze losse eenheid wordt bedoeld. Voor dit kind staat dit begrip namelijk in een groter geheel.

Top-down onderwijs is lesgeven vanuit het geheel en daar door uitleg de missende bouwstenen onder hangen. Dus: eerst het gehele metrieke stelsel uitleggen en daarna kijken wat kinderen hierin nog te leren hebben. Welke puzzelstukken bij hen ontbreken. Dit vraagt dus een geheel andere benadering van de lesstof.

Daarnaast leren hoogbegaafde kinderen sneller en hebben ze dus niet voldoende aan de stof in de leerlijnen van de SLO en de reguliere methoden. Een deel van wat er in de methode staat, hebben ze zich al eigen gemaakt en kan dus worden weggelaten. Een deel snappen ze wel, maar hebben ze niet ingeoefend (zoals de tafels) en dat moet dan wel gebeuren. En hoogbegaafden net zo goed uitleg nodig om verder te komen. Ze leren niet van de lucht. Dat kan door uitleg in de klassieke zin van het woord: door instructie. Of op een andere manier: door observeren of YouTube filmpjes kijken.

Top-down leren is niet alleen belangrijk bij het leren van de lesstof maar ook bij bijvoorbeeld het aanbieden van regels. Deze kinderen willen weten waarom een bepaalde regel er is, hoe deze toe te passen is in het grotere geheel. In de klas, maar ook thuis, zijn er veel regels die we niet allemaal expliciet uitleggen.
Een voorbeeld: mijn zoon had bedacht dat hij op zevenjarige leeftijd wel zelfstandig over kon steken. Hij vond de regel dat hij op ons moet wachten aan het eind van de stoep echt onzin. Daar hadden we strijd over, ik zag hem al onder een auto liggen. Uiteindelijk hebben we hem uitgelegd dat hij nog niet in staat is om ingewikkelde kruisingen te overzien, omdat zijn hersenen nog niet zo ver ontwikkeld zijn. Dat hij dan denkt dat hij alles heeft gezien, maar dat hij dan toch vaak iets mist. En dat we dat niet kunnen uitproberen, omdat als er een auto over je heen rijdt, je echt gewond of dood bent. De enige vraag die hij nog had, was op welke leeftijd zijn hersenen wel zo ver ontwikkeld zijn dat hij zelfstandig kan oversteken. En toen was de strijd over.

Hoogbegaafde kinderen zijn vaak top-down denkers: denkers vanuit het geheel. Maar ze groeien op in een bottom-up wereld. Daar moeten we hen deels mee leren omgaan, maar om de talenten er echt uit te laten komen, is een top-down manier benadering ook belangrijk.

Deze blogs automatisch in je mail ontvangen?